De arbeidsproductiviteit groeit, maar doet jouw regio dat ook?

Wat de nationale groeicijfers verhullen en hoe jouw gemeente en regio daar wél grip op krijgen.

 

 

Door: Patricia Borghouts

 

De Nederlandse arbeidsproductiviteit groeide in 2025 met 2,4 procent, de hoogste groei in twintig jaar. Maar nationale groeicijfers verhullen grote regionale verschillen. Gemeenten en regio’s die niet analyseren waarom en waar die groei neerslaat, lopen het risico beleid te maken op basis van een gemiddelde dat hun lokale realiteit niet weerspiegelt. In deze blog leg ik uit hoe productiviteitsgroei werkt, wat het betekent voor lokaal economisch beleid en hoe gemeenten vandaag concreet aan de slag kunnen. Met oog voor de brede welvaart.

De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,8 procent. Dat klinkt als goed nieuws en dat is het natuurlijk ook. Zeker vergeleken met buurlanden als Duitsland (+0,2%), Frankrijk (+0,8%) en België (+1,0%). Maar het cijfer dat echt opvalt, is de arbeidsproductiviteitsgroei van 2,4 procent: de hoogste in twintig jaar. Ter vergelijking: in de afgelopen tien jaar was de gemiddelde jaarlijkse productiviteitsgroei slechts 0,3 procent. Tegelijkertijd daalde het aantal gewerkte uren met 0,6 procent. De economie groeide dus niet doordat er meer werd gewerkt, maar doordat werkenden per uur meer produceerden.

Het nationale gemiddelde verhult meer dan het onthult

Productiviteitsgroei in Nederland concentreert zich historisch in een handvol regio’s: de Amsterdamse en Utrechtse kantoreneconomie, Brainport Eindhoven met zijn hightech maakindustrie en de mainport-regio’s rond Rotterdam en Schiphol. Buiten deze clusters vertelt het nationale gemiddelde een ander verhaal dan de lokale realiteit.

Een gemeente in Zeeland, Groningen of Zuid-Limburg ervaart de productiviteitssprong van 2025 niet automatisch. De CBS-cijfers tonen dat economische groei tussen regio’s sterk verschilt. Van krimp in Noord-Nederland tot forse groei in koplopers als Groot-Amsterdam en Brainport Eindhoven. De eerste vraag die elke gemeente en regio zichzelf daarom moet stellen is: groeit onze lokale economie en waarom?

Twee soorten productiviteitsgroei en twee heel verschillende beleidsvragen

In de economie maken we onderscheid tussen twee mechanismen achter productiviteitsgroei. Juist dat onderscheid is voor gemeenten heel belangrijk. Dit zijn:

    • Within-sector groei: bestaande bedrijven in een sector worden efficiënter. Ze investeren in technologie, verbeteren hun processen of trekken hoger opgeleid personeel aan. Gemeenten hebben hier indirecte invloed op. Denk aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat, goede bereikbaarheid, samenwerking met onderwijsinstellingen en ondersteuning van innovatie binnen het lokale MKB.
    • Between-sector groei, ook wel het structuureffect genoemd: arbeid verschuift van sectoren met een lage toegevoegde waarde per gewerkt uur naar sectoren met een hoge toegevoegde waarde per gewerkt uur (toegevoegde waarde is economische opbrengst per uur), zoals ICT, hightech industrie en kennisintensieve dienstverlening. Dit is op de lange termijn de krachtigste motor van economische groei, maar ook de meest ingrijpende. Het vraagt dat een regio bewust kiest voor het aantrekken en faciliteren van hoogwaardige bedrijvigheid. En tegelijkertijd accepteert dat oudere, minder productieve sectoren krimpen.

Dit zijn fundamenteel verschillende beleidsvragen: Groeit een gemeente doordat haar bestaande bedrijven beter presteren? Of doordat de economische structuur verbetert? Zonder dat onderscheid te maken, is economisch beleid sturen zonder kompas.

De daling van gewerkte uren: vier scenario’s, vier beleidsresponsen

De gewerkte uren daalden in 2025 met 0,6 procent. Maar wat dat lokaal betekent, verschilt enorm. En dat is precies waar het in de praktijk vaak misgaat.

In een krappe arbeidsmarkt kiezen werknemers bewust voor minder uren of betere voorwaarden. Productiviteit per uur stijgt, en dat is relatief gunstig. Heel anders is het als uren verdwijnen omdat sectoren krimpen zonder dat er iets voor terugkomt. Dan heb je geen productiviteitswinst, maar gewoon verlies van werkgelegenheid. Met alle sociale kosten van dien.

In vergrijzende krimpregio’s speelt weer iets anders: de uitstroom van de arbeidsmarkt is structureel en geen enkel omscholingsprogramma lost dat in één keer op.
En dan is er nog de opkomst van AI en automatisering. CBS-data tonen dat bedrijven die AI inzetten gemiddeld 8 procent productiever zijn dan vergelijkbare bedrijven die dat niet doen. Dat is indrukwekkend, maar het betekent ook dat taken verdwijnen. En dat vraagt om beleid dat mensen voorbereidt op wat er wél overblijft.

Welk scenario van toepassing is, verschilt per gemeente. Maar zonder die analyse te maken, wordt beleid reactief in plaats van strategisch.

Sturen op kwaliteit, niet alleen op kwantiteit

Veel gemeenten meten economisch succes in aantallen banen. Begrijpelijk, want werkgelegenheid is voelbaar en politiek zichtbaar. Maar het is natuurlijk wel een onvolledige indicator. Een regio kan groeien in aantallen banen en tegelijkertijd economisch verzwakken, als die banen zich concentreren in sectoren met een lage toegevoegde waarde per gewerkt uur. Daarom is bbp per gewerkt uur, ofwel arbeidsproductiviteit, een scherpere maatstaf voor duurzame welvaart.

Productiviteit en brede welvaart: groei voor wie?

Arbeidsproductiviteit is dus een scherpere indicator dan het aantal banen, maar het is nog steeds een onvolledig beeld. Een moderne benadering van regionale economie kijkt ook naar brede welvaart: de mate waarin economische groei bijdraagt aan de kwaliteit van leven van inwoners. Voor nu en in de toekomst.

Dat betekent concrete vragen stellen: Leidt hogere productiviteit tot betere lonen voor lokale werknemers? Of vloeien de opbrengsten weg naar aandeelhouders buiten de regio? Gaat economische groei gepaard met meer werkdruk, files en woningnood? Of juist met meer ruimte en sociale stabiliteit? Versterkt de groei de leefomgeving of legt zij er beslag op?

Dat betekent ook erkennen dat sectoren met een lagere toegevoegde waarde per gewerkt uur, zoals zorg, horeca en detailhandel, niet zonder waarde zijn. Absoluut niet zelfs! Voor leefbaarheid, sociale cohesie en inclusiviteit zijn juist deze sectoren absoluut onmisbaar. Brede welvaart vraagt daarom om een balans, niet om een eenzijdige focus op productiviteitsmaximalisatie. Gemeenten die data rondom brede welvaart combineren met productiviteitscijfers krijgen een veel completer beeld van wat economische groei werkelijk oplevert voor hun inwoners.

Zes actiepunten voor gemeenten

De nationale productiviteitssprong van 2025 is een uitnodiging om die vraag serieus te nemen: hoe productief is onze lokale economie? En nog belangrijker, wat gaan we daaraan doen?

1: Begin met de data. Vraag bij de regionale ontwikkelingsmaatschappij of het regionaal werkbedrijf de productiviteitscijfers per sector op. Weet waar je staat voordat je beleid maakt.

2: Combineer dat met een gesprek met branche- en de lokale ondernemersverenigingen: wat is de automatiseringsgraad in jouw regio en wat zijn de investeringsplannen voor de komende jaren?

3: Kijk daarna naar je ruimtelijke plannen. Faciliteren je huidige bestemmingsplannen hoogwaardige bedrijvigheid actief? Of belemmeren ze die onbedoeld? Dat is een vraag die vaker dan verwacht een verrassend antwoord oplevert.

4: Maar ruimte en data zijn niet genoeg. Het zijn mensen die uiteindelijk de groei waarmaken. Breng daarom in kaart of lokale mbo- en hbo-opleidingen aansluiten op de sectoren die je wilt aantrekken. Productiviteitsgroei stagneert vaak niet door gebrek aan techniek, maar door een tekort aan mensen die met die techniek kunnen werken.

5: Faciliteer vervolgens ontmoeting. Productiviteit floreert in ecosystemen, niet bij solitaire bedrijven op een bedrijventerrein. Hubs, campussen en gedeelde werkplekken waar het MKB kan leren van koplopers. Dat is waar kennisdiffusie in de praktijk gebeurt.

6: En vergeet tot slot de verbinding met volkshuisvesting niet. AI en robotisering bieden in de zorg kansen om personeelstekorten op te vangen. Maar die winst verdampt als zorgpersoneel zich geen woning meer kan veroorloven in de regio waar ze werken. Economische groei en woonbeleid zijn geen gescheiden dossiers.

 

GRAZI helpt gemeenten en regio’s bij het doorgronden en versterken van hun lokale economie. Wil je weten hoe de productiviteitsontwikkeling in jouw regio eruitziet? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek!

Contact GRAZI Overheidsstrategie - economisch advies overheid - 1

 

 

 

 

Bronvermelding

Arbeidsproductiviteit

CBS — De Nederlandse economie in 2025 (21 april 2026): arbeidsproductiviteit +2,4%, gewerkte uren -0,6%.
Arbeidsproductiviteit Nederlandse economie 2,4 procent hoger in 2025 | CBS

Brede welvaart

CBS — Monitor Brede Welvaart en SDG’s: Dossier Brede welvaart en de Sustainable Development Goals | CBS 

AI en productiviteit

CBS — Kenmerken van bedrijven die AI-technologie gebruiken (2025):
www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2025/kenmerken-van-bedrijven-die-ai-technologie-gebruiken

GRAZI economisch adviesbureau voor gemeenten